Herstel :: Nieuwe verhalen zien

11 februari 2018
Ds. Dennis Mohn
Matteüs 25:31-46

Samenvatting

Eén van de spannende elementen is al de inleiding van Jezus over hoe God de gehoorzame volgeling zal scheiden van de huichelaar en ongelovige. Het lijkt zo ongenadig, zo liefdeloos. En het eindigt blijkbaar met eeuwige bestraffing. Het gaat dus onder andere over hemel en hel. In de Bijbel zie ik een God die boven alles relationeel is. De hemel is dan ook niet een plaats waar we vooral beloond worden voor ons goede gedrag. Maar de hemel is de plaats waar we straks op de best mogelijke manier onze relatie met God vorm kunnen geven. De hel is dan de plaats waar de mogelijkheid voor deze relatie niet meer aanwezig zal zijn. Maar we vinden het lastig om over dit soort onderwerpen te praten en daarmee komt dat we ook niet meer zo vaak over verloren gaan spreken.

Maar deze tekst in Matteüs gaat ook veel over het idee van zien. Het gaat over zien en niet zien. En er zijn een aantal dingen die we niet meer zien zoals een groeiend individualisme of xenofobie. We vinden deze dingen steeds meer normaal. We zien het vaak niet meer. En dan lezen we hoe mensen reageren naar Jezus: “Maar wanneer hebben wij dan gezien dat…?” En dat is precies het punt: Juist datgene wat we zo vaak niet meer zien, degene die zo vaak niet meer op ons netvlies staat, is waar Jezus bezig is!

We kennen in de Wesleyaanse theologie een voorafgaande genade. Maar we kennen ook een reddende genade. En dan is de vraag: Wat is er dus met degenen die een keuze voor Jezus zouden kunnen hebben als wij ze zouden zien als mensen die Jezus nodig hebben?

Ervaren we deze urgentie nog als een passie? Want de liefde van God zet ons ertoe aan om de onaanzienlijksten wel te zien, degenen die verloren zouden gaan als we er niet naar willen kijken. Als we er weer over mogen spreken zien we ze ook weer. En kijk dan vooral naar het nieuwe verhaal van de mens en vraag je met passie af: Als ik het niet ga vertellen wie dan?

Vragen

  1. Mogen we nog spreken over verloren gaan? Iets concreter: Durven we nog te spreken over mensen die voor God, vanwege hun keuze, verloren zullen gaan? Hoe hebben we het onszelf lastig gemaakt om dit onderwerp bespreekbaar te houden?
  2. Uit de tekst wordt duidelijk dat de onaanzienlijksten vaak degenen zijn die we niet met de ogen van Jezus willen zien. Wie zijn de onaanzienlijksten in jouw leven/omgeving?
  3. Wat zouden we kunnen doen om nieuwe verhalen te zien in de mensen in onze levens? Hoe kunnen we anderen vertellen over de reddende liefde van Jezus?